Checklist: bestand aanleveren

Bestanden aanleveren

“Om je bestand direct te kunnen doorzetten naar productie, moet deze aan onderstaande aanleverspecificaties voldoen”, lees je op deze pagina. Oké een checklist, handig! Alleen blijkt deze checklist voor een deel in het Chinees (bij wijze van) en levert het jou meer vraagtekens dan vinkjes op. Nu kán je natuurlijk op de linkjes klikken voor extra uitleg, een instructievideo en handleiding. Ik moet eerlijk toegeven dat ik dit ook niet direct zag zitten (moeilijk, duurt lang, kan ik toch niet), dus lees anders eerst mijn ‘vertaling’ om je mentaal voor te bereiden. Het lijkt veel, maar je bent er zo doorheen.

Bestanden aanleveren met 300 DPI

DPI staat voor ‘dots per inch’ oftewel beeldpunten per inch (= 2,54 cm) op het uiteindelijke drukwerk. De hoeveelheid DPI bepaalt de resolutie en daarmee de scherpte van het uiteindelijke drukwerk. Je kunt je voorstellen dat een afbeelding met lage resolutie onscherp wordt als je deze ‘opblaast’ (bijvoorbeeld een A6 flyer versus een A2 poster). Met 300 DPI zit je sowieso goed (check hier hoe je jouw DPI kunt meten en opkrikken).

3 mm afloop en 5 mm tekstmarges

Laat ik nou al een blog over tekstmarges hebben geschreven! Wil je tijd besparen, dan verklap ik hier alvast de clou (spoiler alert ;-): afloop en tekstmarge zijn beide marges om eventuele verschuivingen tijdens het schoonsnijden te kunnen opvangen (naar links, rechts, boven en beneden). Afloop is een marge van 3 mm – een denkbeeldige rand rondom je ontwerp – waarin je de achtergrond van je design laat doorlopen. Deze ‘rand’ wordt eraf gesneden, maar is nodig om witte randen te voorkomen als het papier iets verschuift. Tekstmarge is een veiligheidszone van 5 mm – een denkbeeldige rand in je ontwerp – waarin geen tekst of andere belangrijke elementen staan (zoals een logo). Anders loop je het risico dat deze eraf gesneden worden of pal tegen de rand komen te staan.

Creatief met kaartjes

Alle fonts moeten worden omgezet naar lettercontouren

Van Chinees naar Jip & Janneke: maak van alle tekst een afbeelding. Je kan het vergelijken met een Word-document opslaan als pdf zodat je er niets in kan wijzigen – alleen dan in Adobe. Onze DTP’ers hebben namelijk niet alle lettertypes (fonts) ter wereld op hun Mac geïnstalleerd. Door deze om te zetten naar lettercontouren (Engels: outlines), weet je zeker dat we precies drukken wat jij op je beeldscherm ziet. Hier vind je hoe.

Afbeeldingen in CMYK

CMYK staat voor cyaan, magenta, geel (yellow) en zwart ('key' staat voor black), ook wel 'full color'. Dit kleurmodel is geschikt voor drukwerk, omdat het gebaseerd is op inkt op wit papier. RGB staat voor de beeldschermkleuren rood, groen en blauw. Dit kleurmodel is gebaseerd op licht geprojecteerd op een zwarte basis (daarom is je beeldscherm zwart als deze uitstaat) en daardoor niet geschikt voor drukwerk. Hier lees je of jouw ontwerp RGB-kleuren bevat en hoe je deze eruit haalt. Ik beloof je: 8 simpele stappen.

RGB en CMYK verschil

Bestanden opslaan

Sla je pdf bij offset drukwerk (grote oplages) altijd op als pdf-versie 1.3 en bij digitaal drukwerk (kleine oplages) als pdf-versie 1.4. Hierdoor weet je zeker dat alle instellingen goed staan en wij het bestand kunnen verwerken (dat het ‘compatible’ is).

Bestanden mogen niet in meerdere lagen worden aangeleverd

Hier wordt het stiekem toch even heel technisch. Als je een ontwerp maakt met meerdere transparante elementen (meerdere lagen over elkaar voor het effect) en daar overheen bijvoorbeeld transparante tekst, dan moet je deze voor de zekerheid opslaan als TIFF en opnieuw inladen als PDF. Hiermee voorkom je dat een en ander kan verspringen bij het openen van de PDF.

Kaders worden afgeraden en zijn op eigen risico

Het venijn van deze aanleverspecificatie is dat men vaak niet doorheeft wanneer er sprake is van (mogelijke) kadervorming. Er zijn kortweg twee 'soorten' kaders. De eerste is een bewust kader in je ontwerp, bijvoorbeeld een gekleurde rand om een foto. We kunnen niet garanderen dat dit kader na het schoonsnijden overal even breed is (zie: afloop). Het onbewuste kader is een witte rand die kan ontstaan tijdens het schoonsnijden. Stel je plaatst een afbeelding in de linkerbovenhoek van je ontwerp, precies even ver van de bovenkant als de zijkant. Dan kunnen wij niet garanderen dat er bij het schoonsnijden evenveel wit papier aan de boven- en zijkant overblijft als in jouw ontwerp. Een minimale verschuiving (1-2 mm) kan hierdoor extra worden benadrukt. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor een gekleurd vlak achter je ontwerp dat niet doorloopt in de afloop. Twijfel je? Neem gerust contact op met een van onze DTP-experts.

Zwarte teksten kunnen het beste aangeleverd worden als 100% K & de maximale inktbezetting bedraagt 280% CMYK

K staat zoals gezegd voor zwart in het kleurmodel CMYK. Dit kleurmodel loopt van 0% (niets van de kleur) tot 100% (alles van de kleur). Alle kleuren bij elkaar opgeteld (de waarden van C+M+Y+K) mag de inktbezetting – afhankelijk van de papiersoort – maximaal 280% zijn. Als er meer inkt wordt gebruikt per stuk papier, kan het drukwerk namelijk gaan vlekken. Zwarte tekst kan het beste worden aangeleverd als 100% K, in plaats van als een optelsom van de kleuren CMYK. Dit laatste levert namelijk meer inktbezetting op, waardoor letters kunnen ‘dichtlopen’ (denk aan het wit in de letter e). Zwarte tekst in 100% K kan scherper en daardoor mooier worden gedrukt. Hier lees je hoe je de inktbezetting kan meten en verlagen – en hier hoe je zwarte tekst omzet naar 100% K.

Hopelijk heb ik met mijn uitleg de drempel iets verlaagd en ga je nu (alsnog) met frisse moed aan de slag om je ontwerp drukklaar te maken. En kom je er toch niet uit: trek aan de bel! Daar zijn we voor.

Tags:

29-02-2016
 
 

Reacties